BTW-regeling voor vouchers wijzigt vanaf 1/1/2019

De wetgeving omtrent vouchers is vanaf 1/1/2019 een nationale wetgeving geworden. Het gaat hierbij enkel om vouchers die melding geven van de voorwaarden en kunnen worden ingeruild tegen een goederenlevering of diensten en dus niet om kortingsbonnen.

Voor enkelvoudige vouchers, ofwel vouchers waar de btw bij toekenning al gekend is, is de btw verschuldigd vanaf het moment dat de voucher wordt opgesteld. Bijvoorbeeld een voucher die je kan inruilen tegen een drankmand. Hierbij is het btw tarief namelijk al op voorhand gekend (21%). Indien de enkelvoudige voucher niet wordt gebruikt binnen de afgesproken periode, kan de btw-niet worden gerecupereerd.

In geval van meervoudig gebruik, ofwel vouchers waar het btw-bedrag nog niet gekend is bij toekenning, is de btw pas verschuldigd bij inruiling. Bijvoorbeeld een voucher voor een restaurant bezoek. Op het moment van opstellen, weet je immers niet of het zal gaan om btw-tarief voor drank (21%) of voor maaltijden (12%). Bij niet gebruik van de meervoudige voucher is er dus ook geen btw verschuldigd, aangezien btw pas op moment van inruiling wordt toegepast

Geplaatst in BTW
getagged met

BTW-revolutie voor het vastgoed sector

Onroerende verhuur is in België in principe van BTW vrijgesteld  (art . 44, 3, 2 W.BTW).

De keerzijde van deze vrijstelling houdt in dat de BTW die projectontwikkelaars en vastgoedverhuurders van bedrijfspanden aan de aannemer betalen voor nieuwbouw en verbouwingen niet kunnen recupereren.

De niet-aftrekbare BTW is dus een uitgave die in veel gevallen wordt doorgerekend in de huurprijs.

Het zomerakkoord maakt melding van een wijziging aan de huidige vrijstelling voor onroerende verhuur. Concrete teksten zijn momenteel niet voor handen, maar de wijziging zou namelijk een optioneel btw-systeem voorzien.

Voor huurovereenkomsten die vanaf 1 januari 2018 in werking treden, zou er de mogelijkheid bestaan om 21% BTW op onroerende verhuur te heffen.
Diegene die voor deze mogelijkheid kiezen, zullen wel in staat zijn om op termijn de volledige BTW betaald aan de aannemers te recupereren.

Het is een mogelijkheid en geen verplichting.

Huurcontracten uit het verleden worden expliciet uitgesloten .

Het verhuurde pand moet tevens hoofdzakelijk voor beroepsdoeleinden worden gebruikt (B2B-omgeving ). Andere huurders zoals openbare instellingen (indien geen hoofdzakelijk gebruik voor btw-activiteiten), particulieren, e.d. zouden hierbij niet in aanmerking komen.

Omdat de huurder de BTW op de huur in aftrek kan brengen, is de BTW voor hem neutraal. De minister verwacht zelfs dat de verhuurprijzen zullen dalen omdat de verhuurder voortaan de niet-aftrekbare BTW niet meer moet doorrekenen.

Deze wijziging zou een administratieve vereenvoudiging eveneens te weeg brengen aangezien fiscale constructies, zoals vruchtgebruik of onroerende leasing die in het verleden werden opgezet opdat verhuurders de BTW toch konden recupereren, niet langer nodig zijn.

De hervorming zou ook een einde moeten maken aan de concurrentiehandicap tegenover omringende landen . In Nederland en in het Verenigd Koninkrijk hebben vastgoedontwikkelaars al langer de mogelijkheid om de betaalde btw te recupereren.

Opmerkingen:

Een btw-eenheid voorziet reeds in de aftrekbaarheid van BTW in de mate waarin het gebouw wordt gebruik voor de uitoefening van btw-activiteiten en biedt in de meeste gevallen nog andere voordelen, zoals het vermijden van een voorfinanciering van btw op de onderlinge transacties.

De startdatum van 1 januari 2018 roept onmiddellijk vragen op omtrent het fiscale lot bij vernieuwing van contracten, de mogelijkheid tot een herziening van input btw voor oudere gebouwen voor investeringen binnen de herzieningsperiode (5 of 15 jaar in functie van de aard van de werken), alsook de impact op verschuldigde registratierechten bij dergelijke huurcontracten.

 

Wij houden u uiteraard op de hoogte van verdere ontwikkelingen in dit verband.

Geplaatst in BTW

Voorschotten BTW afgeschaft. Is de 20ste van de maand nog belangrijk voor u?

Als kwartaalaangever zal u voortaan 5 in plaats van 12 keer per jaar aan de BTW moeten denken. 

 

Vanaf 1 april 2017 zullen BTW belastingplichtigen  met een kwartaalaangifte niet langer maandelijkse voorschotten betalen. Voor alle duidelijkheid, voor maandaangevers verandert er niets.

De bedoeling van de afschaffing van de BTW voorschotten is om de BTW procedure te vereenvoudigen.

 

Wat wil deze vereenvoudiging wel zeggen

Momenteel moet de kwartaalaangever de BTW van de eerste en de tweede maand van het kwartaal schatten en betalen op basis van het vorige kwartaal. De betaling van de derde maand van het kwartaal gebeurde wel op basis van de BTW aangifte.

De regeling van de kwartaalaangifte kwam dus neer op maandelijkse betalingen met een kwartaal afrekening.

Door de vereenvoudiging zal de betaling van BTW samen met de aangifte plicht vallen. Bent u kwartaalaangever, dan betaalt u voortaan de BTW ook op kwartaalbasis.

 

Wat wil deze vereenvoudiging niet zeggen

Ten eerste, u gaat niet minder BTW betalen. De BTW schuld blijft dezelfde, u betaalt ze alleen per kwartaal en niet maandelijks.

Voor sommige BTW belastingplichtigen wilt dit zeggen dat ze een aanzienlijk bedrag zullen moeten betalen per kwartaal en dus dat zij best zelf een spaarpotje voorzien. Hier geldt de regel ‘van uitstel komt afstel’ niet.

Ten tweede, niet alle voorschotten worden afgeschaft. Zowel maandaangevers als kwartaalaangevers zijn nu verplicht om het decembervoorschot te betalen. Voor het vierde kwartaal is dus de voorschot regeling steeds van toepassing.

Was u kwartaalaangever voor 01/01/2017, dan bent u de voorschotten van januari en februari verschuldigd. De regeling zal pas op 01/04/2017 zijn intrede maken.

 

2017 ziet dan zo uit voor BTW doeleinden:

 

 

 

 

 

 

Niet helemaal duidelijk, email ons naar info@odb.solutions

Geplaatst in BTW